Informatie

Onze vereniging, met afdelingscode G17, is opgericht op 1 mei 1957 en bestaat dit jaar 60 jaar. De vereniging heeft een ledenaantal van circa 55 leden waaronder een aantal jeugdleden. Wij zijn een middelgrote vereniging met als doel het promoten van onze gezamenlijke hobby namelijk het houden van vogels. Hiervoor organiseren wij jaarlijks een vogeltentoonstelling en een aantal gezellige bijeenkomsten. Op een aantal van deze avonden nodigen wij sprekers uit die vertellen over verschillende vogelsoorten of zaken die met onze hobby te maken hebben of kijken we gezamenlijk naar foto’s van leden of een film. Tijdens de bijeenkomsten zijn alle leden van jong tot oud welkom, het is de gelegenheid om eens met andere leden van de vereniging in contact te komen en op deze manier meer kennis op te doen over de vogelhobby. Naast de ledenvergadering is er elk jaar een jaarvergadering. De vergaderingen vinden plaats in “Grand Eetcafé de Klap” te Grootegast. Geluk met 20p roulette demo kunnen al je dromen uitkomen in een korte tijd en een paar klikken!

Onze vereniging heeft statuten laten vastleggen die u hier kunt vinden.

Eenmaal per jaar, in week 45, organiseren wij onze tentoonstelling. In 2015 hadden wij zelfs de eer om de Provinciale Groningen Kampioenschappen te mogen organiseren. Alle informatie hierover vindt u op deze site. Op de tentoonstelling hebben de leden de gelegenheid om hun vogels te laten keuren door een keurmeester van de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) en ze tentoon te stellen. De jeugdleden nemen deel in een aparte jeugdklasse.

Leden krijgen een eigen kweeknummer waarmee zij via onze ringencommissaris ringen kunnen bestellen. Deze ringen zijn noodzakelijk voor Europese cultuurvogels en wanneer u wilt deelnemen aan tentoonstellingen. Tevens ontvangen leden een nieuwsbrief met informatie over de vergaderingen, ringenbestelling, etc. Ook ontvangen de leden maandelijks het tijdschrift “Onze Vogels” van de NBvV.


Verantwoord fokken met kooi- en volièrevogels. 

Ornithologische lezing, verzorgt voor Volièrevereniging Onze Vogels  Grootegast door cie. D&W NBvV

Als vogelfokkers moeten we ons zelf wel eens een spiegel voorhouden en ons de volgende vragen stellen:
– Waarom fokken we vogels?
– Wat is ons doel?
– Waarmee willen we dit bereiken?

Hoe organiseren we dat?
Door het vaststellen van een fokrichting. De fokrichting is in te delen in drie richtingen
1. Het in stand houden van de oorspronkelijke eigenschappen.
2. Het verbeteren van erkende mutaties.
3. Het creëren van nieuwe kleurslagen of nieuwe rassen.

Fokrichting 1 – Het in stand houden van oorspronkelijke eigenschappen.
Deze vogelsoorten hebben vaak geen standaardeisen.
Soorten vallende onder deze vogelsoorten zijn Insecten- en vruchtenetende soorten,tropische duiven en papegaaien.

Fokrichting 2 – Het verbeteren van de oorspronkelijke eigenschappen en erkende mutaties.
Deze vogelsoorten voldoen aan de standaardeisen door kweek selectie en show selectie.
Vaak zijn dit zaadetende vogelsoorten.

Fokrichting 3 Het creëren van nieuwe kleuren en/of rassen.
Het risico hierbij is dat er meer aandacht is voor de mutant dan voor de wildvorm. De wildvorm wordt steeds minder gekweekt en zijn daardoor niet meer beschikbaar om de opgebouwde stam te versterken.

Ons doel moet zijn het fokken met sterke en gezonde vogels.
Dit kunnen we bereiken op verschillende methode’s.
Door de opbouw van een eigen populatie. Dit noemen we de GESLOTEN populatie.
Dit is een eigen bestand aan vogels waarvan de omvang wordt bepaald door de
Huisvesting. Van deze kennen we afstammingsgegevens.

Of door een OPEN populatie.
Hierin kunnen ook aangekochte vogels zitten.
Belangrijk hierbij is het in bezit hebben van een ontvangstverklaring. In sommige landen is een ontvangstverklaring verplicht. In Nederland nog niet. Een voorbeeld van een ontvangstverklaring vindt u op de site van de bond.
Deze populatie heeft minder kans op toename van de inteelt factor.

Iedere fokker wil een nieuwe generatie opbouwen dat bestaat uit vogels die sterk, gezond en vrij van schadelijke kenmerken zal zijn.
Dit vraagt kennis van de ouderdieren en wordt de fokwaarde van de populatie genoemd.

Wat weten we van de populatie:
– Natuurlijk gedrag.
– Paar gedrag.
– Nestbouw.
– Broedgedrag.
– Groot brengen van jongen.
– Karakter van de vogels.
– Gevoeligheid voor .
– bouw van het lichaam.
– De verdeling van de kleurstoffen in de bevedering.
– Kennen we de standaardeisen.

Ervaren fokkers beschikken over een goede afstammingsregistratie en leggen daarnaast ook dagelijkse waarnemingen vast. Zij kunnen de fokwaarde van hun vogels zelf inschatten.
Voor minder ervaren fokkers kan de fokwaarde bepaald worden door een keuring.
De opmerkingen op een keurlijst moeten een waardevolle bijdrage leveren aan het bepalen van de fokwaarde van de vogel.

Hoe bereiken we dit alles?
Door het opstellen van een fokprogramma. Dit is een ingevuld document waarin staat vermeld:
– De gekozen fokrichting.
– Met welke vogels willen we dit opzetten.
– Het reproductie vermogen.
– Hoe beperken we inteelt.
– Welke informatie is beschikbaar.

Meer over het fokprogramma of ook wel fokregister genoemd vindt u hier.

Het reproductievermogen is het vermogen om te komen tot nakomelingen en het doen opgroeien hiervan.
Het reproductievermogen wordt bepaald door het totaal van de waarnemingen rond nestgedrag, paar gedrag, broedgedrag, percentage uitgekomen eieren.
Het succesvol groot brengen van de jongen is onder invloed van het aantal broedronden. Het aantal broedronden kan invloed hebben op het reproductievermogen op langeretermijn. Deze invloed kan beperkt worden door de vogels een langere rustperiode binnen een jaarcyclus te geven.

Voorkom schadelijke kenmerken door de nadelige gevolgen van inteelt.
Voorbeelden hiervan : grootte en formaat, structuur van de bevedering, erfelijke ziektebeelden, invloed van standaardeisen.

Ethiek
Dierenethiek is de verantwoordelijkheid van de fokker. De houder en fokker van dieren draagt er zorg voor dat het door hem/haar gehouden of gefokte dier op de voor het dier juiste wijze wordt gehuisvest, de geschikte voeding ontvangt en de verzorging van het dier adequaat is, waarbij de hoogste hygiëne in acht wordt genomen.

De zorgplicht van de fokker is het scheppen van een basis van zodanige voorwaarden dat:
– Het natuurlijk gedrag van de vogelsoort niet in gevaar brengt.
– De huisvesting in overeenstemming is met de grootte van de vogel of het aantal    vogels dat in een ruimte wordt gehouden.
– Het aanbod van vers voedsel, afgestemd op de vogelsoort, dagelijks gegarandeerd is.
– De vogels de beschikking hebben over vers drinkwater.
– De hygiënische verzorgingsnormen in acht genomen worden.

Surplus dieren zijn de vogels die niet worden ingezet voor het gesteld fokdoel.
Aanhouden van deze dieren levert huisvestingsproblemen op.
Dit kan worden voorkomen door het overdragen van de vogelsaan andere fokkers, of deze beschikbaar te stellen voor de export.

Buitenissige kenmerken komt voor bij rassen die ten opzichte van de nominaatvorm uitwendig afwijkende kenmerken laten zien.
Dit heeft een negatieve impact op niet-vogelliefhebbers.
Het beleid NBvV is nieuwe ontwikkelingen niet meer toe te staan.